ochtend

Hij keek nog eens goed naar de voorpagina van de krant. Wat was eigenlijk hetgeen geweest dat het meest de aandacht trok? De foto van die twee mannen die lieflijk hun kip vasthielden? De kop: ‘Gemeenten vernieuwen hun zorg?’ En wie was Daniele Gatti eigenlijk?

Stijn had zich eigenlijk al teveel dingen afgevraagd bij de Voetnoot van Grunberg, die hij altijd als eerste las. Een zekere Alexander Schapiro werd hierin aangehaald die tegen Alf Radatz zegt: ‘Ik ga je vrouw stelen.’ Deze vrouw werd ook daadwerkelijk Schapiros echtgenote.

Stijn dacht vanuit Radatz perspectief aan zijn eigen relatie; dat er een man zou komen die het van hem mocht proberen, dat stelen, al wist Stijn zeker dat zijn vriendin nooit gestolen zou willen worden. Maar zou het gebeuren dan zou hij haar niet terug willen. Zo dacht hij even aan een leven zonder vriendin.

Stijn ging weer verder met het scannen van de pagina. Onderaan stonden twee boekadvertenties. De linker prees het boek van Stefan Hertmans aan, de rechter dat van Mart Smeets.

Het feit dat Hertmans de AKO Literatuurprijs had gewonnen maakte Stijn nieuwsgierig, maar juist ook weer niet. Hij bleef een zwak voor genomineerden houden en voor het getal twee. Dat deze winst bovenaan de advertentie nog eens werd benadrukt, beviel Stijn ook niet. Daarnaast leek boodschappen doen hem in zijn situatie meer van belang dan het aanschaffen van dit boek.

Smeets zijn boek werd betiteld als een spontaan, eerlijk, doordacht en verwonderd commentaar. Stijn dacht aan antoniemen: berekenend, vals, ondoordacht. Voor verwonderd kon hij even geen antoniem vinden, misschien was dat maar beter ook. CADEAUTIP! stond er vermeld bij het boek van Smeets. Het was met Sinterklaas en Kerst in het achterhoofd kennelijk beter om dit boek te krijgen van iemand anders of zelf cadeau te doen. Stijn dacht dat Smeets het waarschijnlijk geen zier zou interesseren of het boek zijn lezers als cadeau zou bereiken.

In de linkerbenedenhoek bracht Kras een stedentrip naar Duitsland aan de man. Met grote dikke letters stond ‘Kerstshoppen’ geschreven en linksboven in het beeld de slogan ‘De wereld is Kras’. Stijn vroeg zich af of er daadwerkelijk een partij was ingehuurd om deze slogan te verzinnen en dacht aan de sloganslagers die pretendeerden zijn slager te zijn. Toch vond hij het fijn dat de slagers de klanten in hun slogans nog vousvoyeerden.

Stijn besefte zich plots dat hij deze ochtend nog geen nieuws tot zich had genomen. Hij keek op de klok van zijn telefoon en liep naar de hal om zijn jas aan te trekken. Werk wachtte niet.