#66 thuis

Haar sjaal heb ik bij me gehouden, die ze vergat in Krakow. Ik vond het fijn om erop te passen. Straks doe ik hem om, als ik het vliegtuig uitkom.

Ik vraag me af wie er nog meer op het vliegveld zijn voor mij.

Ik denk aan de fiets, die nu met me meevliegt. Aan alle mensen waar ik iets mee heb gedeeld, de zon, de dode dieren, de blaffende honden, de wolken, aan Tallinn waar ik bijna niets van zag. Het geeft niet. Soms moet je ergens heen om weer thuis te kunnen komen.

Wolken gaan snel onder mij door. Straks ben ik weer in Nederland.

Ik ga mijn tijd goed benutten. Verhalen zoeken. Mensen zoeken. En vinden.

Ik heb ze nodig, de mensen.