#64 gras

Ik loop met Ingra de ochtend in. Het is nog koud. We lopen langs het huis waar ze is opgegroeid en niet meer woont; ze is nu ook alleen een bezoeker van Tallinn.

Het is vreemd te beseffen dat ze hier de eerste jaren van haar leven woonde onder de vlag van het communisme. Alles voelt hier minder vanzelfsprekend.

Ze brengt me naar de weg die naar mijn slaapplaats leidt. Ik zou graag naast haar willen liggen, op onze ruggen in het gras, dezelfde zon voelen opkomen, praten over vroeger en later.

Ik kus haar op haar hand, omhels haar.

‘Ik voelde me thuis’, zeg ik. Ik vraag me af hoe zij zich voelt.

Terwijl ik verder loop nemen de eerste mensen alweer een bus. Ergens heen.