#61 ja

Arminas gaat voorop, op onze gehuurde fietsen. Mantas en ik volgen. Arminas is een frivole, goedgemutste, kleine Litouwse jongen; hij kan je aankijken en je ‘ja’ laten zeggen. Tegen bijna alles, dus ook een boottocht naar het eiland Kihnu.

Arminas groet de weinige inwoners van het eiland in het Ests. Hij kent geen schroom. Mantas is rustiger, meer berekenend. Maar met een lach, een gulle lach. Ze liften overal heen, alleen voor deze boottocht naar Kihnu kochten ze kaartjes.

Het eiland verandert niet voor ons; alles gaat hier langzaam en is klein. We krijgen flarden zon voor mooie foto’s. Mantas maakt aanhankelijke wespen onschadelijk.

We vragen ons af hoe lang we op dit eiland zouden kunnen blijven.

‘Niet lang’, zeg ik. Ik zou het gevoel krijgen dat ik tijd aan het verliezen ben. Mantas praat ook alweer over volgende week; over zijn cliënten in de kliniek waar hij als creatief therapeut werkt. Arminas zou zeker wel een week kunnen blijven.

‘De terugweg naar de camping gaan we liften’, zegt Arminas. Mantas en ik twijfelen.

Als we van het eiland afkomen, regent het. Mantas en ik zoeken een schuilplek, maar Arminas schreeuwt en zwaait al naar ons, staand naast een donkere stationcar.

Binnen een minuut na aankomst met de boot zitten we in een Finse auto, op weg terug naar Pärnu. Arminas zit in het midden en praat met het stel dat ons meeneemt.

Mijn linkerhand pakt zijn schouder. Ik bedank hem. Voor de lift, voor vandaag, voor alles.