#26 niks

Vaak genoeg heb ik gedacht aan scenario’s waarin ik mijn tent kwijtraak. Steeds sta ik met lege handen omdat nergens tenten te verkrijgen zijn. Ook al weet ik het Poolse woord voor tent, de mensen schudden nee, ze bestaan niet.

Ik reed over de snelweg, richting Poczesna. Ik hield me aan de rechter fietsstrook, ook als er een tankstation verscheen. Het leek alsof ik ging tanken.

Achter het tankstation doemde een groot blauw gebouw op. Ik zag al wat tenten buiten uitgestald staan. Ik las: DECATHLON.

Ik lachte, hard. Ik wist, wanneer ik op de een of andere manier tentloos zou worden, dat ik altijd weer terug kon fietsen naar dit stukje snelweg bij Poczesna om dezelfde tent aan te schaffen die ik in Amsterdam had gekocht. Ik stopte op een relatief veilig punt bij de afrit en maakte een foto.

Ik dacht aan de twee regels die Hans Aarsman bedacht voor reisfotografie:

1. pak niet je camera als je iets ziet dat een mooie foto op zou kunnen leveren.

2. richt je camera op de dingen die je bezighouden. Niet eens zozeer op wat je opvalt, hoewel dat ook geen slechte ingang is voor een foto.

Het was een veelzeggende foto van niks, voor mij.

Ik fietste weer de snelweg op. Met mijn tent.