#20 nummer

Ik beklom de Elisabethkerk in Wrocław. Ik telde de treden, hoorde mensen hijgen.

Op het plateau kon je helemaal rondlopen; elk deel van de stad was te bekijken. Ik keek naar de andere mensen die keken en zocht zelf het park waar mijn camping tegenaan lag.

Er was een man die mij ruimte gaf voor een foto. Ik wilde juist dat hij bleef staan, maar kennelijk dacht hij de foto minder mooi te maken door zijn aanwezigheid.

Ik keek naar het noorden, over de Oder. Ik realiseerde me dat ik nog niet had gedacht aan vallen, of springen.

Mevrouw B. kwam mijn hoofd binnen. Toen ik nog als thuiszorghulp bij haar werkte, heeft ze haar afscheidsgedicht voor mij op papier gezet in haar moedertaal; ze wil daarin een vogel zijn en over de wereld heen vliegen:

Es ist soweit ich flieg jetzt fort

An einen unbekannter Ort

Ich grüß euch alle, lasst es euch gut gehen

Auf nimmer wiedersehen

 

Ik dacht niet aan vallen, ik dacht aan vliegen.

Ik wil dat mevrouw B. er nog is als ze mijn kaart krijgt vanuit Tallinn.

Haar nummer moet nog in mijn telefoon staan.