#10 hart

Schieben. Ik weet nu wat het betekent. Duwen. Stapvoets met je fiets voortbewegen.

In Nieheim zocht ik even naar de weg op een plattegrond. Er passeerde een oudere man, met een fiets aan de hand en een helm op.

In Nederland zou dat gek zijn, een fietser met een helm. Hier in Duitsland verstandig. De man zag er veelbelovend uit, maar ook iets te zwaar.

Al schiebend, zo benadrukte hij zelf, liep hij langs me richting de dorpskern die dichtbij was maar een stuk hoger lag.

Ik vroeg hem waarom hij niet fietste. ‘Hartprobleem,’ zei hij. Ik kreeg het idee dat hij zijn trots niet wilde verliezen.

‘Ik heb ook een hartprobleem,’ zei ik. Het bleef stil.

‘Maar ik ben goed geholpen,’ vulde ik snel aan.

‘Ik ook,’ zei hij.

Hij vroeg me waar ik heen ging en hoe lang ik al onderweg was.

‘Oh, mooi,’ zei hij. ‘Goede reis nog dan.’ Zijn nuchterheid was prachtig.

Snel hervatte hij zijn schieben.

Vijfentwintig minuten later zag ik een helmpje opdoemen. Het was dezelfde man. Hij had een pittige ronde gefietst.

Toen we elkaar passeerden stak hij zijn hand op. Zijn ogen hield hij op de weg.