hand

Hun wereld, is nog zo klein
Ze weten nog niet dat ´t leven heel hard kan zijn
Speel nog lang met poppen en kleur je kleurboek vol
En heb nog maar, om de gekste dingen heel veel lol 

(uit: Twee Nichtjes)

Laat die kinderen toch bij me komen en houd ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.’ 

(uit: Marcus 10: 14-15)

‘Ik kan wel naar boven kijken, maar het zit hier.’

(uit: de mond van de pastor, zijn vuist op zijn hart leggend)

 

Er werden twee nichtjes gedoopt. Twee nichtjes met dezelfde kleertjes, hetzelfde zwart met wit gespikkelde haarspeldje, hetzelfde blonde haar. Maar ook met een eigen naam, eigen wil en een eigen reactie op alles wat zich op het moment in de kerk afspeelde. Een reactie op hun zweven boven het doopvont en op een gigantische man die water over hun hoofdjes sprenkelde, die een kruisje op hun voorhoofd maakte, voetjes aanraakte en gewijde levenslucht hun kant op blies.

Opa zong zijn lied Twee Nichtjes. Het grote kleine broertje van een van de nichtjes stal de show door op het juiste moment de chimes te laten klinken. De ouders en peters en meters deden de doopbelofte, de kinderen gaven het licht van de kaarsen door, alle aanwezigen hielden de nichtjes een ‘hand boven het hoofd’. De pastor benadrukte het spreekwoord in positieve zin, terwijl ik een hand voor me zag die vooral ten onrechte bescherming bood.

Gaandeweg deze rite de passage had ik toch een soort geloof gekregen in de woorden van de pastor, niet in de laatste plaats door zijn levenslustige en aardse benadering van de viering. Een viering met een latent aanwezige god in ieder van ons.

Misschien werkte het kerkgebouw zelf als een hand boven mijn eigen hoofd, was de doop van de nichtjes er om waardering en aandacht voor het kleine en weerloze te brengen en dienden alle aanwezigen als klankbord voor de woorden van de gigantische pastor.

Ik bleef mijn hand boven de twee kopjes houden en keek naar hun gezichtjes. Zij leken deze kerk nog helemaal niet nodig te hebben.