herstel

Achttien maanden, dacht Stijn. Achttien maanden waren er nodig geweest om het werk Black on Maroon (1958) van Mark Rothko te restaureren. De afbeelding van het schilderij op de website van Tate Gallery maakte op hem niet echt indruk; daarvoor moest hij misschien naar het museum zelf gaan.

De bekladder van het schilderij, een Poolse kunstenaar en mede-ontwikkelaar van het yellowisme, moest voor deze actie anderhalf jaar achter de tralies. Hij nam afstand van zijn daad; stelde dat vandalisme en zijn kunstvisie niets met elkaar te maken hadden.

Nu Stijn die visie las, vond hij de straf nogal een opoffering geweest: kunst wordt alleen als kunst gezien wanneer deze zich in de context van een galerie bevindt. Door een gele, fysieke context buiten de galerie te creëren (een chamber) en kunstobjecten daar te exposeren is het mogelijk de kunst tijdelijk van zijn betekenis te ontdoen. Binnen deze context worden alle interpretaties gereduceerd tot één: yellow. Door yellowisme te zien als kunst of anders dan alleen yellow wordt yellowisme van zijn enige doel beroofd. Er bestaat geen vrijheid van interpretatie binnen yellowisme; alles gaat over niets meer dan yellow.

Gelukkig was er nog de vrijheid om een dergelijke chamber wel of niet binnen te gaan, dacht Stijn.

Hij zocht het krantenknipsel op over de restauratie. Het werk van Rothko was rechts onderin beklad met de tekst: a potential piece of yellowism. Stijn vond het niet kunnen, maar inhoudelijk wel in lijn met de opvattingen van de kunstenaar. Alleen was het schilderij nu zelf bezoedeld en niet meer het kunstobject zoals het in die galeriecontext behoorde te zijn; had de kunstenaar door het doek zelf te veranderen zijn eigen visie onderuit gehaald? Misschien had het beter geweest de tekst (plus uitleg) als tekstbordje naast het werk te plakken.

Stijn keek naar de foto waarop medewerkers van het Tate het gerestaureerde schilderij terug hingen. Hij vroeg zich af hoe hij het werk van Rothko nu zou ondergaan, met in het achterhoofd dat er een flinke restauratie aan te pas was gekomen om het kostbare werk weer in originele staat te krijgen. De restauratoren maakten zelfs een kopie van het schilderij (gemaakt van onder meer olieverf, synthetische hars, eieren en lijm) en bekladden dit met eenzelfde stift. Toen zij erin slaagden deze kopie te herstellen, durfden zij de echte Rothko te restaureren.

Stijn was benieuwd. Hij zou willen zien, of je er niks van zou zien.

#44 vader

Het is vroeg. We eten ei, met kruiden uit de tuin. De resten geven we aan de kippen.

Ik vraag aan Wozniek of de garage open mag, zodat mijn fiets weer naar buiten kan. Het is de garage waar ik gratis op een matras slapen mocht.

Ik kan niet anders dan ze omhelzen als ik vertrek. Janek lacht. Hij is wat terughoudend. Ik zie nog één keer zijn tatoeage: P.S.M. (Pamiętaj Słowa Matki). Het heeft iets te maken met zijn moeder. Ik zie nog voor me hoe hij niets zeggen kon, toen ik vroeg waar de letters voor stonden.

Dan Wozniek, in het zwart, met zijn zweterige haren. Als zijn hoofd de mijne raakt met een soort goedkeurend knikje, voelt het even alsof mijn vader dichtbij is.

Maar voordat ik ga, willen ze nog even de discobal en geluidsinstallatie laten zien en horen in de garage.

Als ik op mijn fiets zit en nog eenmaal omkijk, zijn de twee vrienden alweer binnen.

Ik heb Woznieks adresgegevens stiekem gefotografeerd, van een brief die hij van de postbode kreeg. Ik ga zoeken naar goede Poolse brandy.

#43 brandy

Wozniek bladert maar door zijn Pools-Duitse woordenboekje. Zijn buurman Janek en ik kijken naar een Poolse talentenshow. We eten ui, gebakken in suiker. En we drinken; ze blijven maar inschenken. Wozniek lijkt stug, maar ik vind het mooi dat hij zoveel mogelijk wil vertalen, communiceren. Janek praat gewoon Pools, gebruikt heel vaak het woord dat ze uitspreken als ‘koerwa’. Ik zie het woord niet in mijn woordenboekje staan. Ze gniffelen.

Twee uur nadat ze mij binnen hebben gelaten ben ik haast dronken. Ik vertaal mijn toestand naar het Pools. Ze zeggen het woord ‘dronken’ allebei luidkeels, lachend. Wozniek schrijft het op.

Ik blijf foto’s maken.

#42 uitzicht

Het schrijven lukt niet goed. De muziek in dit theatercafé van het Paleis van Cultuur en Wetenschap staat te hard om op de achtergrond te blijven. Daarnaast hou ik de tijd teveel in de gaten.

Alle andere klanten zitten nog buiten op het terras in de avondzon. Ik moet mijn telefoon opladen, want ik ga met haar skypen. Het zal me niet verbazen als ze weer bij mijn ouders is, die dan mee kunnen kijken en praten.

Mijn moeder zal mijn ironie soms niet kunnen plaatsen en ik de hare niet. Papa zal zijn ogen, naarmate het gesprek vordert, steeds meer richten op het voetbal op tv. Ik weet bijna zeker dat het komt, maar ik wil ze even horen en zien. Ik wil haar zien. Ik wil dat ze mij hier zien. Ik zal ze vertellen over dit paleis, een prachtig stalinistisch gedrocht.

De beheerder van de camping (ik mag hem Magic noemen, dat is makkelijker dan zijn Poolse naam) vindt dit paleis een doorn in het oog, niet in de laatste plaats door de connectie met de Sovjet-Unie.

Magic vertelde dat je wel het mooiste uitzicht over de stad hebt vanuit dit paleis, vooral omdat je het paleis zelf dan niet kunt zien. Ik vind het een sterk beeld: de macht en grootsheid van een historisch gebouw ondermijnen, door er zelf plaats in te nemen.

Ik bel haar en ze neemt meteen op. Ik zie drie lachende en zoekende gezichten in mijn schermpje. De muziek staat niet meer hard.

#41 lief

‘Turn soft and lovely everytime you have a chance.’ Ik las dit, gegraveerd in een stenen bankje bij het Ujazdowski kasteel.

Marieke gaf mij een Pools-Nederlands Nederlands-Pools mini woordenboekje, waarin je woorden kunt vinden als sportman, bulldozer, tegenstrijdigheid, ekster en slimmerd.

Ze stopte er een kaartje bij, waarop ze onder andere dit schreef: zorg goed voor jezelf, wees lief voor jezelf en schrijf.

Ik heb het idee dat Marieke mij een beetje kent.

Lief zijn voor mezelf, bedenk ik me nu, is ook: niet zoeken naar een pijn die er niet is.

trapje

DSCN1389[1]

Het is soms goed dat er bij een aangeschaft product stickers zijn bijgesloten. Op mijn donkerrode stofzuiger van het merk Alaska prijkt nog steeds een Menalux-sticker, die aangeeft welk type Menaluxzak geschikt is. Zodoende heb ik de kartonnen verpakking waarin de stofzuigerzakken zich bevonden weggegooid en hoef ik mij na een volle laatste zak met stof niet meer af te vragen waar ik het karton heb weggestopt en welk merk en welke maat, vorm en sluiting van de zak ook alweer passend is (hoewel het ook nog de vraag kan zijn waar je de zakken überhaupt hebt gekocht).

Naast dergelijke stickers bestaan er ook exemplaren die de consument herinneren aan het eigenlijke, juiste gebruik van het nieuwe product. Nog interessanter en meer fantastisch kan een sticker worden wanneer er tevens nadruk wordt gelegd op hetgeen de gebruiker níet behoort te doen met het product. Dit om schade aan materiaal én gebruiker te voorkomen? Deze IKEA-sticker combineert bruikbare en betuttelende informatie met mysterieuze mogelijkheden en doldwaze ondernemingen waar ik zelf nooit opgekomen zou zijn:

De ‘hoogloper’ (dus koop er vooral niet meer dan één voor u op dit idee komt), het vreemde vergrootglas, de ‘zwaartekrachttester’ en, het in de rechterbovenhoek haast met trots poserende, recht staande, tot kunst verheven product zelf.

Het trapje (3 tredes, beuken) staat niet eens in mijn huis. De sticker zal ik blijven koesteren.

#40 warmte

De suppoosten in het Nationaal Museum van Warschau waren zo goed als allemaal vrouwen. Oudere vrouwen.

Ik vroeg me af wat ze allemaal dachten op zo’n dag. Of ze codes hanteerden, wat ze zouden doen als ik een schilderij zou aanraken. Soms zaten de vrouwen vreemd aan hun haar.

Ik zag een schilderij van Aleksandr Gierymski: Old Woman Keeping Watch over Body.

Er gleed een zwarte kat langs het been van de oude vrouw. In het schilderij, niet in het echt.

De vrouwen in het echt waakten over kunst, met ventilatoren die op hun gezicht stonden gericht.

#39 afstand

Zij 19:27 Koenie, zo mooi, zo verdrietig. Langs de A2 zoveel mensen voor de stoet met lichamen van de eerste slachtoffers. Jankend voor de tv. x.

Ik heb voor het eerst het gevoel dat ik hier niet goed zit. Dat ik dichterbij Nederland zou moeten zijn. Fysiek, digitaal, in mijn hoofd.

Frank, een vriend van mij waarmee ik af en toe Whatsappcontact heb tijdens mijn reis, kent een muzikant die Cor heet. Cor was samen met zijn vriendin op weg naar hun vakantiebestemming; zij zaten ook in het vliegtuig.

Ik vraag hem of hun lichamen al geïdentificeerd zijn.

Ik blijf voor mijn gevoel lang wachten op een reactie, of in eerste instantie op een teken dat Frank online is. Hij kan, net als ik, zijn telefoon met alle liefde verwaarlozen.

Dan stuurt hij mij eerst de vraag hoe het gaat en waar ik nu ben. Of hun lichamen bij ‘de eerste lichting’ zitten, is nog niet duidelijk.

Ik vind het een wrange woordkeus van Frank, maar ook een treffende.

Ik zou nu even bij haar willen zijn, zittend voor de tv. Kijkend naar kisten, lijkwagens en alle Nederlanders die langs de wegen staan.

#38 dozen

Er staan twee jonge mensen op deze fijne, groene, knusse, vooral met vriendelijke senioren gevulde camping aan de rand van Warschau. Aan de voorkant van hun auto staat geen landcode. Ik vraag de jongen van het stel uit welk land de wagen komt. Hij antwoordt alsof ik vraag waar zij zelf vandaan komen. Het is ook een vreemde eerste vraag, vragen naar de herkomst van de auto en niet naar die van de mens.

Het meisje komt uit Riga, hij uit Italië. Ze zegt dat de kustlijn in Letland de moeite waard is. Ik vraag me af waarom het de moeite waard is, probeer daar achter te komen, maar zij zitten duidelijk in een andere modus dan ik. Ik lijk het idee van ‘gewoon gaan’ van hun gezichten af te kunnen lezen. Ik blijf nieuwsgierig.

Ze gaan naar Rome, en zij blijft daar ook. Wauw!

‘Al mijn spullen zitten in deze auto,’ zegt ze.

‘Dus dit is een verhuiswagen,’ zeg ik enthousiast.

‘Ja.’ Ze lachen een gereserveerd lachje.

Ik vind het nogal romantisch; de bordeauxrode lak van het Volkswagenbusje geeft het idee nog meer glans.

Ik kan nog meer vragen stellen, veel meer. Maar ze lijken nog steeds onderweg te zijn.

Misschien bewaar je romantiek ook in dozen als je aan het verhuizen bent.