gave

Er lag een briefje op de mat met een telefoonnummer. Van ene Mr. Toumen: Helderziende, medium, astroloog, magnetiseur.  

Stijn was benieuwd of Mr. Toumen dezelfde man was als alle andere meneren die dergelijke briefjes door de bus hadden gegooid. Hij las verder.

Mr. Toumen met gaven van mijn grootvader. Wiens grootvader werd precies bedoeld? Had Mr. Toumen de brief zelf opgesteld of had hij iemand in de arm genomen die al dan niet toevallig een grootvader had die dezelfde gaven bezat als hij? En was het bezit van de gaven van een grootvader een directe indicatie voor een goede helderziendheid?

De rest van de tekst bezat een hoop komma´s, maar Stijn ging ervoor.

Geen probleem zonder oplossing: helpt met uw problemen dichtbij of ver weg, dankzij groot helderziende kennis, vernietigt de negatieve invloeden, verzekert de toekomst, neutraliseert alle vijandigheid, verzoening door hernieuwde genegenheid, zelfs in de meest hopeloze gevallen, geneest ieder complex, zowel lichamelijk als geestelijk, ook impotentie en bezweringen. Bescherming tegen elk gevaar. SNEL 100% RESULTAAT!

Stijn vroeg zich af hoeveel mensen daadwerkelijk naar een helderziende waren gegaan op basis van briefjes zoals deze. Zelf ontmoette hij een keer een hindoe priester toen hij nog als thuishulp werkte. Stijn pakte zijn schoenendoos met prullaria en vond de aantekeningen van het contact met hem.

Je doorziet mensen. Zoek nr. 5. Ik hou van mijn vriendin. Goed, toch zoek je uiteindelijk een 5. Altijd in contact zijn met je lichaam. Numerologie. Schrijver. Je bent een winkelier. Je bent een handelsmens. Eigen baas zijn. Ga geen plastic dingen kopen. Natuursteen. Goed voor je ziekte. Goed voor je geluk. Certificaat vragen. Je wilt altijd nieuwe plannen. Doorzetten, dan komt het wel goed. Je hebt een gave. Je bent geen domme mens. Klein beetje boter. Trouwen. De beste dagen zijn woensdag en vrijdag. Laat je bloed altijd controleren. Je moet je niet druk maken. Emerald. Voor business en voor seksleven. Van 21 mei tot 27 juni. Van 21 aug. tot 27 sept. Loterij winnen. 

Alle aansporingen en conclusies was hij volledig vergeten. Terwijl Stijn nog eens goed naar Mr. Toumens briefje keek, bedacht hij zich dat de ene helderziende de andere niet hoefde te zijn.

ochtend

Hij keek nog eens goed naar de voorpagina van de krant. Wat was eigenlijk hetgeen geweest dat het meest de aandacht trok? De foto van die twee mannen die lieflijk hun kip vasthielden? De kop: ‘Gemeenten vernieuwen hun zorg?’ En wie was Daniele Gatti eigenlijk?

Stijn had zich eigenlijk al teveel dingen afgevraagd bij de Voetnoot van Grunberg, die hij altijd als eerste las. Een zekere Alexander Schapiro werd hierin aangehaald die tegen Alf Radatz zegt: ‘Ik ga je vrouw stelen.’ Deze vrouw werd ook daadwerkelijk Schapiros echtgenote.

Stijn dacht vanuit Radatz perspectief aan zijn eigen relatie; dat er een man zou komen die het van hem mocht proberen, dat stelen, al wist Stijn zeker dat zijn vriendin nooit gestolen zou willen worden. Maar zou het gebeuren dan zou hij haar niet terug willen. Zo dacht hij even aan een leven zonder vriendin.

Stijn ging weer verder met het scannen van de pagina. Onderaan stonden twee boekadvertenties. De linker prees het boek van Stefan Hertmans aan, de rechter dat van Mart Smeets.

Het feit dat Hertmans de AKO Literatuurprijs had gewonnen maakte Stijn nieuwsgierig, maar juist ook weer niet. Hij bleef een zwak voor genomineerden houden en voor het getal twee. Dat deze winst bovenaan de advertentie nog eens werd benadrukt, beviel Stijn ook niet. Daarnaast leek boodschappen doen hem in zijn situatie meer van belang dan het aanschaffen van dit boek.

Smeets zijn boek werd betiteld als een spontaan, eerlijk, doordacht en verwonderd commentaar. Stijn dacht aan antoniemen: berekenend, vals, ondoordacht. Voor verwonderd kon hij even geen antoniem vinden, misschien was dat maar beter ook. CADEAUTIP! stond er vermeld bij het boek van Smeets. Het was met Sinterklaas en Kerst in het achterhoofd kennelijk beter om dit boek te krijgen van iemand anders of zelf cadeau te doen. Stijn dacht dat Smeets het waarschijnlijk geen zier zou interesseren of het boek zijn lezers als cadeau zou bereiken.

In de linkerbenedenhoek bracht Kras een stedentrip naar Duitsland aan de man. Met grote dikke letters stond ‘Kerstshoppen’ geschreven en linksboven in het beeld de slogan ‘De wereld is Kras’. Stijn vroeg zich af of er daadwerkelijk een partij was ingehuurd om deze slogan te verzinnen en dacht aan de sloganslagers die pretendeerden zijn slager te zijn. Toch vond hij het fijn dat de slagers de klanten in hun slogans nog vousvoyeerden.

Stijn besefte zich plots dat hij deze ochtend nog geen nieuws tot zich had genomen. Hij keek op de klok van zijn telefoon en liep naar de hal om zijn jas aan te trekken. Werk wachtte niet.

UWV

voor Sjaak Polak

I

Wie eerst nog voor hem juichten vragen hier

of hij het is. Hij knikt. ‘Het zijn lastige tijden,’

zegt hij, ‘terwijl niemand zo goedkoop is als ik.

Maar als je bent gestopt ga je de kast in,

doen ze de deur op slot. Ben je verleden tijd.’

 

II

Zijn cv leest als een mager jongensboek;

als hij terugkijkt op de werker die hij was

had hij meer moeten gaan liggen, kermen,

eisen, wat slimmer moeten zijn zodat hij

nu eens rustig thuis had kunnen zitten.

 

III

Een loodgieter is hij niet, dat is een vak;

één fout en je zit met de ellende. Toen hij

rende voor zijn geld wist hij wel beter, maar

de markt maakt een schoen die hem niet past.

 

IV

Hij neemt weer naast ze plaats. Krijgt tik

op tik. Hij wordt er wel eens moedeloos van,

maar knikt. Ze vragen steeds of hij het is.

vaders

Toen ik telefonisch een kaartje reserveerde, antwoordde Karel: ‘Leuk.’ Ik dacht aan de ruimte van het theater, aan het aantal mensen dat zou komen. De keer dat ik eerder in het Torpedo Theater was (april 2012), zag ik F. Starik als een bezetene achter het rode katheder nieuwe gedichten voordragen. Er waren die middag nog vijf andere belangstellenden aanwezig geweest, en een hondje.

Vanavond staat in het teken van (vallende) vaders. Wim Brands, die ook Erik Bindervoet, Maarten Moll en twee zangeressen van traditionals (Sophie ter Schure en Margot Limburg) heeft uitgenodigd, zal komen voordragen uit zijn nieuwe bundel die ik in Athenaeum op het Spui al had bekeken. De poëzieafdeling is daar fijn; je kan door de ramen een stukje van het caféleven in de Spuistraat begluren. Maar ik weet nog dat ik zonder naar buiten te kijken bleef lezen in die bundel. En ’t uiteindelijk toch niet aanschafte. Wel onthield ik 1 regel, een laatste regel:

Er wordt niet veel gezegd.

Niet geheel toevallig een laatste regel van een gedicht waarin Brands een moment met zijn vader beleeft, die op oudere leeftijd nog op een ladder staat.

‘Jij bent Noek?’ vraagt de man achter de bar nadat ik hem had gegroet. Het moet Karel wel zijn. Bestierder, telefonist en barman in één. Na betaling van het entreegeld ontvang ik mijn welkomstdrankje, terwijl ik nog bij de deuropening sta. De cola de ik krijg, komt rechtstreeks uit een anderhalve literfles.

Het theater geeft direct een vreemd gevoel van saamhorigheid, omdat iedereen door diezelfde deur moet, iedereen zich ophoudt in dezelfde kleine ruimte, niemand onopgemerkt blijft, je langs elkaar moet glijden om je plekje te vinden. Ik groet iedereen die mij aankijkt en vind een lege klapstoel, waarvan ik me toch hardop afvraag of deze al bezet is.

Ik kijk om me heen. De warme groene tinten op de wanden, het rood geschilderde houtwerk van het balkon (hoe kom je daar eigenlijk?), een rood velours podiumgordijn, een Matisse, een spotprent over bezuinigingen op de kunsten en een Glen Baxter: Welcome, my friends to another evening of Dutch poetry!” Op de afbeelding is een dichter op klompen in zijn barkruk geklommen om voor twee letterlijk geboeide mensen voor te dragen. Er is iets mooi gewoons of misschien zelfs Hollands aan deze plek, hetgeen nog eens bevestigd wordt als ik voorzichtig langs de stoeltjes en benen het halletje van de wc binnenloop en wordt aangestaard door een portret van Carmiggelt.

Brands bijt het spits af en ik zie hem bij het eind van elk voorgedragen gedicht snel weer een aanzet maken tot bladeren, weg van zichzelf, weer op zoek naar zijn vader. Elk gedicht voelt alsof je het opnieuw wil horen.

Moll en Bindervoet worden naast hun voordrachten ook door Brands geïnterviewd. Ze praten over hun vaders en over de manieren waarop zij herinneringen aan hen verwerken in hun gedichten.

Molls vingers bewegen haast onophoudelijk, terwijl hij met weinig woorden praat (soms ook zwijgt) over zijn vader, over zichzelf, over zoeken naar andere herinneringen dan de voor de hand liggende. Molls gedichten zijn, zoals de titel van zijn bundel Lichaam doet vermoeden, sterk gericht op het zintuiglijke. In één bepaald gedicht somt Moll gespreksstof op, die (denk ik) in interactie met een vriend of vriendin ontstaat. Maar over de pikken van vaders, zo eindigt Moll, praat je niet. En zo had ik in het goed gevulde Torpedo Theater toch even de pik van mijn vader in gedachten.

Bindervoet praat makkelijk. Zijn gedichten voelen ook laconieker aan, maar niet minder urgent of pijnlijk (ik denk even aan de kippenlevertjes die zijn vader voor hem bakt in zijn debuutbundel Tijdelijk Zelfportret). Die urgentie laat hij ook blijken door een lans te breken voor ‘ugly poetry’. De vaders zijn dan al met rust gelaten.

Ter Schure en Limburg spelen nog een laatste selectie van hun ellendig goede traditionals, op ‘blote voeten’; het contact met de grond is belangrijk. Hun sokken staan goed in dit theater.

Nadat Brands het programma heeft uitgeleid, klinkt er direct een mannenstem uit het publiek: ‘Roken.’ Voor de tweede maal vanavond denk ik aan mijn vader.